Gedrag en rugpijn
Hoe gaan we met de (pijn)klachten om.
Rugpijn zegt de patiënt, dat er iets ernstigs aan de hand is en dus…….
Vast staat, dat bij een zeer kleine schade aan wervel of spier buitensporig veel pijn kan optreden.
Bij pijn denken de meeste mensen aan schade. Maar rugpijn betekent niet, dat er onherstelbare schade in de rug ontstaat of bestaat. Pijn is absoluut een slechte maat voor echte schade. Een rugpijnpatiënt moet dan ook niet verwachten om snel weer soepel en pijnloos te kunnen bewegen.
Een normale reactie op pijn is mijdingsgedrag. Wat pijn doet, doe je liever niet. Uit ruim 500 onderzoeken blijkt, dat de meeste (rug)pijn een verkeerd signaal is en je juist wel moet bewegen en wel zo snel mogelijk.
Deze verkeerde ideeën over hun rug en hun pijn zijn bij te stellen met kennis van zaken (cognities). Gedrag moet gericht zijn op functioneren en terugkeer op de werkvloer. Niet op het beoordelen en behandelen van pijn. Gedragstherapie is niet gericht op het verdwijnen van de pijn maar op het vergroten van de activiteiten en de kennis over rugpijn.
Ga niet in op wat je niet meer kunt, maar ga uitbouwen met wat je nog wel kunt.
Dit valt allemaal onder cognitieve gedragstherapie.
Doen we altijd wat we zouden moeten doen?
Bij het ontbreken van kennis (cognities) zal een patiënt vaak doen wat hij/zij net niet moet doen. “Dokter ik luister goed naar mijn lichaam, ik weet precies, wanneer ik moet stoppen”… Fout, helaas geeft ons lichaam ons zeer slechte informatie. Luisteren we daar echter precies naar, dan kan dat ontaarden in chronische syndromen zoals chronische (rug)pijn.
Helaas gedragen patiënten, die het zouden moeten weten (cognities), zich ook niet volgens de regels. Ze letten niet op de juiste houding en/of afwisseling van hun houding. Ze “vergeten” hun oefeningen te doen. Hadden er geen tijd voor, wilden wel, maar het regende.
Als de pijnklachten vrijwel verdwenen zijn, verdwijnt ook de motivatie tot oefenen en aandacht voor de juiste houding.
Een belangrijk leerprincipe is: menselijk gedrag wordt beïnvloed door de consequenties (de gevolgen) die dit gedrag heeft. Zijn de consequenties positief, dan zal dit gedrag toenemen. Zijn ze negatief, dan zal het afnemen.
Een mens heeft vaak de neiging eerder ongewenst gedrag te belonen dan gewenst gedrag. Vooral bij positieve gevolgen op korte termijn. Een biertje of een sigaret kan snel een positief gevoel geven en dus alcohol en tabak gebruik bevorderen.
Het positieve effect op lange termijn (als je ermee stopt), is niet een direct waarneembaar positief gevoel en dus moeilijker aan te leren gedrag.
Pijnstillers geven direct een positief effect, oefenen en door de pijn heengaan geven niet direct een waarneembaar positief effect, dus als gedrag moeilijker aan te leren.
Probeer positieve beloning op korte termijn om te zetten in beloning op langere en definitieve termijn. Voorkom ongewenst (direct lonend) gedrag en aanvaardt de realiteit met kennis en aandacht voor wat haalbaar is. Geef veel aandacht aan de relatief betere periodes en maak daar melding van als het lichaam dan beter functioneert met minder pijn. De omgeving zal daar positief op reageren, hetgeen voor jezelf weer een beter gevoel geeft en dus gedrag in de juiste richting.


